Skarsgård behaalde wereldwijd succes met de HBO-vampierenserie True Blood. En intussen is de zoon van acteur Stellan Skarsgård niet meer weg te denken van het tv- en bioscoopscherm. Zijn nieuwste is de Apple TV+ scifi-serie Murderbot (nu te zien). Kort door de bocht een Robocop met een minachting voor de mensheid.
Nadat hij grote rollen vergaarde met Melancholia, The Legend of Tarzan, Big Little Lies en The Northman verdeelt Skarsgård inmiddels zijn tijd tussen geboorteland Zweden en Los Angeles. Waar hij Europa roemt om de ruimte en de voordelen van het ‘niet altijd hebben over je werk’, is LA niet te onderschatten. “LA is een geweldige stad met een even geweldige kunstscene. En de ligging aan zee. Wat ik mis daar is gewoon rondlopen en dingen tegenkomen. Alles is zo geïsoleerd van elkaar. Daar leef ik tussen mijn eigen vier muren, stap in mijn auto, rijd van A naar B en ontmoet de mensen die ik moet ontmoeten. Het willekeurige dat je in Europa, maar ook al in New York hebt, dat inspireert.”


Skarsgård valt op in het wereldje, niet alleen door zijn lengte van 1,94m, maar ook omdat hij er genoegen in schept om de bombast van Hollywood te prikkelen. “Als ik een plus één krijg als ik op reis moet voor werk, dan neem ik geen publicist mee, maar een vriend. Ik red mezelf wel.”
Hij is de eerste die het allemaal moeiteloos kan relativeren, die gekte van Hollywood. “Mensen zijn soms zó nerveus. Wie is hot, met wie moet ik samenwerken. Het is als vroeger op een schoolfeest. Ik kijk er slechts naar met een grijns.”
Kindacteur
Skarsgård groeide op als kindacteur in Zweden en ging al vroeg zijn vader Stellan (Amistad, Ronin, Chernobyl, Good Will Hunting) achterna. Vader Skarsgård steunde zijn zoon (en later ook zijn vier andere zoons, met It- en Nosferatu-hoofdrolspeler Bill Skarsgård als één van de bekendste), maar waarschuwde hem ook voor ‘de beste baan ter wereld’.
“Mijn vader is geweldig. Hij zei ooit tegen mij: ‘Ik hou van mijn werk. Voor mij is dit de beste baan ter wereld. Maar het is ook een verdomd zware baan.’ Voor de meesten geldt ook dat ze hun brood niet kunnen verdienen met acteren. Doe het dus alleen als je het echt voelt. Je moet ervan houden. Ik was een kindacteur en stopte als tiener met acteren. Ik voelde het niet meer. Mijn vader moedigde mij toen aan om iets anders te doen.”

Op een gegeven moment was het alleen maar ongemak voor de jonge Skarsgård als ze hem herkenden of als hij dacht dat ze hem herkenden. “Ik geloofde ook alles wat ik hoorde over mijzelf. De meeste mensen van dertien hebben geen idee wie ze zijn. Ik ging van een jongen naar een man, wat sowieso al een bizarre transformatie is, maar om dat te doen terwijl ik in de schijnwerpers stond, dat was niet gezond.”
Daarom was zijn vader meer dan verrast toen hij weer opnieuw wilde beginnen. Zijn antwoord: ‘Verdomme, maar luister in ieder geval naar je hart!’ Acteren pakte ‘m weer, al was de back-up architectuur. Iets dat hij nog steeds kan waarderen. Vooral de minimalistische stijl uit midden vorige eeuw. “Iets wat ook groot is in Los Angeles en Zuid-Californië. Richard Neutra en Rudolph Schindler zijn bijvoorbeeld nog steeds grote namen voor mij.”


Oerkreet
Murderbot, nu te zien op Apple TV+, is gelanceerd te midden van Skarsgårds Cannes-première van de BDSM biker-romance Pillion. Makkelijk te vangen als acteur is de 48-jarige Zweed dus niet. Murderbot gaat over een robot die zijn veiligheidsprotocollen heeft gehackt en op hol is geslagen. Maar laat je niet afschrikken door de titel.
De serie is gemaakt door Oscar-genomineerden Chris en Paul Weitz (About a Boy) en gebaseerd op Martha Wells’ bestsellerreeks The Murderbot Diaries. Murderbot is een zelfhackende beveiligingsrobot die geshockeerd is door menselijke emoties, maar zich aangetrokken voelt tot zijn kwetsbare cliënten. Hij moet tegelijkertijd zijn vrije wil verbergen, terwijl hij eigenlijk alleen maar met rust gelaten wil worden om ordinaire soapseries te kijken en zijn plek in de wereld te ontdekken.

Naast Skarsgård bestaat de cast uit Noma Dumezweni (The Watcher), David Dastmalchian (Late Night with the Devil) en Sabrina Wu (Joy Ride). Skarsgård is ook uitvoerend producent van de serie.
“Ironisch genoeg vond ik Murderbot herkenbaarder dan de meeste personages die ik ooit heb gespeeld. Vooral als een personage dat altijd buiten de maatschappij staat en naar de rest van de maatschappij kijkt. Het was die soort van sociale ongemakkelijkheid die ik aantrekkelijk vond. Herkenbaar ook.”

Überhaupt is Murderbot een verfrissende scifi die dieper gaat dan je in eerste instantie verwacht, en ook nog eens grappig is. “Zijn innerlijke monoloog is wat mij aantrok. Murderbots ongefilterde sarcasme, onzekerheid, tv-verslaving en botheid is hoe ik me soms zelf ook zou willen gedragen.”
Eigenzinnig, zoals Skarsgård zelf eigenlijk ook is. Want buiten die Calvin Klein-parfum looks zit een verdraaid gevoel voor humor en iemand die zichzelf gemakkelijk kan relativeren.
“Veel van de projecten die ik kies, gaan over de tegenstelling tussen iemand die probeert te functioneren in de moderne maatschappij en tegelijkertijd worstelt met die oervraag: wie ben je diep vanbinnen en wat gebeurt er als die persoonlijkheid oplaait en niet langer onderdrukt kan worden?”


Voor de acteur is het vooral bevrijdend om dat soort rollen te spelen. “Misschien omdat ik vrij mild van aard ben. Deze donkere, meer gestoorde personages geven me de kans om die oerkreet te laten horen, wat ik in het dagelijks leven zelden doe.”
Met een niet aflatende angst dat zijn beste werk achter ‘m ligt. Al is die stress wat gaan liggen naarmate het succes toenam. Niet toen je ‘m in 2008 tegenkwam tijdens zijn eerste grote rol in HBO’s Generation Kill. Een miniserie over de Irakoorlog, geschreven door de makers van The Wire.
“Het was mijn eerste grote klus,” legt hij uit. “Ik was er zo van overtuigd dat ze me zouden ontslaan dat ik de kosten begon te berekenen van een nieuwe rol zodra ze beseften dat ik niet goed genoeg was. Na een maand of twee was ik er nog steeds van overtuigd dat elke keer dat de telefoon ging, het mijn agent was die zei: ‘Pak je koffers, je bent niet goed genoeg.’ Pas toen we een paar grote gevechtsscènes hadden gedraaid, wist ik dat het te duur zou zijn om me te vervangen. Daarom is zelf produceren zo’n verademing. Ik heb mezelf tenslotte aangenomen.”















