Het jasje voor de bolle buik

Wat is het ideale jasje voor de man die wel houdt van een kroketje. We nemen Louis Armstrong als – geniaal – voorbeeld.

NEW YORK, UNITED STATES - JUNE 01: Trumpeter Louis Armstrong performs on the 'Kraft Music Hall' television show filmed at the NBC studios in New York City in June 1967. (Photo by David Redfern/Redferns)
Stijlpastoor
Het is nieuw, glimmend en glibberig
Door Arno Kantelberg
Stijlpastoor
panama hoed
Om door een ringetje te halen
Door Arno Kantelberg

Louis Armstrong is mijn held sinds ik een door mijn vader nagelaten singletje op de oude platenspeler legde: Blueberry Hill. Hoe oud zal ik zijn geweest: vijf, zes? En toen zag ik hem op een kerstavond – toastje erbij, eiersalade – op tv in Hello Dolly, een film als een bruidstaart. Magnifiek, als trompettist en (scat)zanger was hij geniaal.

Ik wist al snel dat je zijn voornaam uitspreekt als Loe-wis, niet als Loe-wié. Ella Fitzgerald zingt hem ook zo toe in hun duetten. Met zijn Hot Five- en Oscar Peterson-werk zijn de duetten met Ella het beste uit het oeuvre van Armstrong – de elpees draai ik met enige regelmaat. 

Afijn, Louis had natuurlijk niet het slanke postuur van Miles Davis, al helemaal niet dat van Chet Baker, die andere trompet-virtuoos. Rotund is de term die de Engelsen gebruiken voor Armstrongs lichaamsbouw – gezellig rond.

Wat voor jasje draag je als je beschikt over een behoorlijke buik? De sluitknoop van het jasje (bij een tweeknoops jasje is dat de bovenste knoop; bij een drieknoops de middelste) hoort op het dikste punt van je buik, dat vooraleerst.

Plaats je de sluitknoop te hoog, dan gaat het jasje wijken en bulkt de buik eruit – dan wordt je een Oliver Hardy, de Dikke naast de Dunne van het witte doek. 

Het is bij een dikkere buik tevens raadzaam om de voorlengte van het jasje langer te maken, waardoor de onderzijde als het ware om de buik wordt getrokken. In kleermakersjargon heet dat: de heup knijpen. Doe je dat niet, dan gaan de jaspanden om  de bovenbenen zwabberen.

Armstrong zorgde bijvoorbeeld altijd voor jasjes met een langer voorpand, zodat het aan de onderzijde allemaal netjes gelijk liep.

Louis droeg niet de ostentatieve jasjes met brede revers van bandleiders als Count Basie; hij hield het redelijk strak en veranderde ook niet constant van stijl, zoals Miles Davis. Die schakelde van jazzy modernist en preppy Ivy-league tot boho-hippie en pooierswagger. Louis Armstrong bleef stijlvast: kleine vlinderdasjes, witte pochets en – Michael Jackson avant la lettre! – witte sokken in zwarte lakschoenen. 

En er was altijd die vertrouwde witte zakdoek om het voorhoofd mee te deppen. Hij bezat zo’n tweehonderd katoenen exemplaren die allemaal meegingen op tournee.

Na zijn overlijden lag Armstrong opgebaard in een marineblauw pak, een roze overhemd en een zilverroze das. What a way to go. The Great Satchmo! Zijn vrouw Lucille stopte in het voorijgaan nog snel een witte zakdoek in zijn hand.

Stijlpastoor
Het is nieuw, glimmend en glibberig
Door Arno Kantelberg
Stijlpastoor
panama hoed
Om door een ringetje te halen
Door Arno Kantelberg