Er zijn van die ideeën die vooral goed klinken als je ze hard genoeg blijft herhalen. De metaverse was er zo één.
Mark Zuckerberg zag het al helemaal voor zich: een wereld achter een bril waarin we zouden werken, spelen en elkaar ontmoeten. Geen scherm meer, maar een omgeving. Geen scrollen, maar bestaan. Hij noemde het de toekomst en hernoemde zijn bedrijf Meta, alsof dat voldoende was om die toekomst dichterbij te halen.
Het probleem was alleen dat niemand er echt wilde zijn.

De afgelopen maanden heeft Meta de verwachtingen voorzichtig teruggeschroefd. Minder mensen op het project, minder nadruk op virtual reality, minder ambitie. Horizon Worlds — ooit gepresenteerd als de plek waar alles samen zou komen — wordt langzaam uitgekleed. Nieuwe VR-toepassingen blijven uit. De toegang via headsets wordt beperkt.
De metaverse is niet doodverklaard. Dat gebeurt zelden met ideeën waar tientallen miljarden in zijn verdwenen (naar verluidt heeft de metaverse 80 miljoen dollar verbrand). Maar hij leeft nog slechts in de marge, als een experiment dat te vroeg kwam en te hard werd gepusht.
En hierom zat Mark Zuckerberg front row bij de laatste Prada-show.
Ondertussen heeft Zuckerberg alweer een nieuw verhaal gevonden. Artificial intelligence (dat overigens zo ruikt). Of, in zijn woorden, “superintelligentie” — een term die klinkt alsof hij rechtstreeks uit een sciencefictionroman komt en precies daardoor zo bruikbaar is. Alles kan er nog in passen. Alles kan nog worden waargemaakt.
Meta investeert opnieuw, dit keer nog groter. Datacenters, chips, energie. De schaal is indrukwekkend, de overtuiging ook. Het voelt vertrouwd: eerst het verhaal, dan de infrastructuur.

Wat ontbreekt, is de vraag of mensen er daadwerkelijk op zitten te wachten.
Dat was uiteindelijk ook het probleem van de metaverse. Niet de technologie, niet het geld, maar de noodzaak. De wereld werkte al. Zoom, WhatsApp, Instagram — niet perfect, maar goed genoeg. Niemand zat te wachten op een digitale versie van het echte leven, zeker niet als daar een headset voor nodig was.
De toekomst van de zonnebril heet A.I..
AI heeft dat probleem minder. Het voegt iets toe, zonder dat je ergens anders hoeft te zijn. Het dringt zich op, in plaats van dat je ernaartoe moet. Misschien is dat het verschil tussen een idee en een gewoonte. De metaverse was een idee. AI heeft de potentie om een gewoonte te worden.
En Zuckerberg? Die vertelt gewoon het volgende verhaal. Zoals hij dat altijd doet.















