September Issue: modebijbel of reliek?

De September Issues van Vogue en ELLE zijn iconen in de modewereld, maar wat betekent deze jaarlijkse modebijbel vandaag nog?

Er bestaat in de modejournalistiek een soort heilige maand. Niet januari, waarin de goede voornemens nog glanzen, maar september, wanneer de grote modebladen hun dikste, zwaarste, en meest verleidelijke uitgaven presenteren. Het September Issue van titels als Vogue en ELLE is decennialang beschouwd als de bijbel van de mode: een volumineus naslagwerk dat niet alleen trends dicteerde, maar ook de macht en relevantie van print onderstreepte.

Historische grandeur

De oorsprong van het September Issue hangt nauw samen met de ritmiek van het modejaar. In de twintigste eeuw was september hét moment waarop de herfst- en wintercollecties in de winkels arriveerden. Modehuizen stelden hun shows in Parijs, Milaan en New York af op dit nieuwe seizoen, en redacties speelden daarop in door de septembernummers te vullen met glanzende spreads die vooruitblikten op wat komen zou.

In de hoogtijdagen van de glossy’s – de jaren tachtig en negentig – groeiden die nummers uit tot monumentale publicaties van honderden pagina’s, een mix van redactionele fotografie en paginavullende advertenties. Wie een September Issue kocht, tilde letterlijk aan een boekwerk dat qua gewicht concurreerde met een telefoongids. Het was niet zomaar een blad: het was een ritueel. Een vrouw (want die doelgroep stond centraal) kocht niet alleen informatie, maar ook een belofte van stijl, een kompas voor de seizoenen die volgden.

Het beroemdste voorbeeld blijft het September Issue van 2007 van de Amerikaanse Vogue met Sienna Miller op de cover, 840 pagina’s dik. Die uitgave werd later onderwerp van een documentaire die de interne machtsstructuren rond Anna Wintour blootlegde. De boodschap was helder: de September Issue is meer dan een tijdschrift; het is een instituut. (Het September Issue van 2012 omvatte overigens nog meer pagina’s: 916.)

Macht en mythe

Die status kwam voort uit de symbiotische relatie tussen modehuizen en bladen. Advertenties financierden niet alleen de omvang van de nummers, maar legitimeerden ook de bladen als hét podium van de modewereld. Wie in de September Issue stond, telde mee. Ontwerpers wisten dat een dubbele pagina in Vogue of ELLE meer kon doen voor hun naamsbekendheid dan een catwalk in Parijs.

Voor lezers betekende het September Issue iets soortgelijks: het was een gids, maar ook een statussymbool. Op de koffietafel lag het blad als tastbaar bewijs van een aansluiting bij de wereld van luxe, aspiratie en schoonheid.

Het heden: verschuivende betekenis

Wie vandaag een September Issue openslaat, merkt dat de glans niet meer vanzelfsprekend is. De fysieke dikte is afgenomen; de advertenties zijn deels verhuisd naar digitale platforms; en het internet heeft de autoriteit van de bladen uitgehold. Instagram en TikTok bepalen trends in realtime, waar print altijd een vertraging van weken of maanden kent.

De mythe heruitgevonden

Het September Issue heeft zijn functie veranderd: van praktische gids naar cultureel artefact. Waar de lezer vroeger wilde weten welke jas in de boetiek hing, zoekt ze nu vooral betekenis, representatie, en een gevoel van verbondenheid met een bredere modecultuur. Het blad is dunner, maar de symbolische lading dikker.

Wat is dan nog de betekenis van zo’n September Issue? Allereerst symboliek. Het blijft een moment waarop modebladen zichzelf willen heruitvinden en een statement maken. De covers worden steeds meer politieke of culturele manifesten: denk aan Vogue’s divers gecaste edities, of ELLE die duurzaamheid en activisme centraal stelt. September is niet langer uitsluitend een ode aan de garderobe, maar aan het idee van mode als maatschappelijk gesprek.

Daarnaast is er de rol van verzamelobject. In een tijd van vluchtige content vertegenwoordigt de September Issue nog steeds materialiteit. Het bezit van zo’n uitgave – zorgvuldig bewaard in een stapel op de vloer of naast de bank – voelt als een anker in een digitale storm.

Het September Issue van de Nederlandse Vogue is dit jaar slechts 108 pagina’s dik. Hoofdmoot is de fotoshoot met Imaan Hammam, het Nederlandse topmodel. De fotoserie, geschoten door de vermaarde fotograaf Lachlan Bailey, is van internationale klasse, net als de styling door Vogue-hoofdredacteur Linda Gümüs Gerritsen. De omvang niet meer indrukwekkend; de inhoud is dat wel.

De redactie van de Nederlandse ELLE tovert Yolanthe Cabau uit de hoge hoed, middels een interessant interview en een – enigszins eendimensionale – fotoreportage, waarschijnlijk vanuit de plausibele gedachte dat Yolanthe een grote aantrekkingskracht uitoefent op de doelgroep. De tijd zal het leren.

Daarin schuilt ironisch genoeg de blijvende kracht van het September Issue. Het is misschien geen onmisbare handleiding meer, maar wel een ritueel dat de modewereld telkens weer dwingt zichzelf in de spiegel aan te kijken. En dat moment, één keer per jaar, blijft van waarde – of je nu Anna Wintour heet of een abonnee die het blad in plastic uit de brievenbus haalt.