Waarom ‘shared dining’ in restaurants lang niet zo leuk is als het lijkt

We leggen het je haarfijn uit.

Je lijkt er niet meer omheen te komen: bijna ieder restaurant hanteert het concept ‘shared dining’. Wat is shared dining? Je kent het wel, het concept waarbij er meerdere gerechtjes op tafel worden gezet en jij en je tafelgenoten hier allen van kunnen proeven. Niet langer heb je één bord met één gerecht voor je neus, maar acht kleine bordjes met verschillende delicatessen die jij en je tafelgenoten delen. Met alle gevolgen van dien.

Het wordt aangeboden als een leuke manier om met anderen te eten. Je probeert meer gerechten op de kaart en hebt daarbij dus een beter beeld van wat er allemaal wordt geserveerd —en wat de kwaliteit daarvan is— in een restaurant. Daarnaast is het idee dat het gezellig is, je moet immers communiceren met anderen om te zorgen dat je van alle gerechten geproefd hebt en door die gedeelde gerechten is er zat gespreksstof.

Het is tapas anno nu, dus. Alhoewel er aan shared dining geen nationaliteit zit verbonden: je komt het namelijk tegen in de Franse keuken, de Zuid-Amerikaanse en de Aziatische. Toch zitten er een paar minpuntjes aan. Ergernissen. Wat is er mis met een goed, zelf gekozen, eigen bord met lekker eten waar jij persoonlijk heel prima van kan genieten?

Je hebt een vegetariër/veganistisch/glutenvrije eter in het midden

Wanneer de vaak onhandig grote kaart tevoorschijn wordt gehaald, begint de ongein al. Die ene vriend lust geen taco’s en de andere wil beslist geen vlees bestellen. Dat wordt compromissen maken. Wedden dat jouw favoriete gerecht de tafel niet haalt?

Het lekkerste eten is in no-time van tafel verdwenen

Laatst doemde bij mij aan de eettafel de vraag op: eet je als eerste alle lekkere dingen van je bord en laat je de minder lekkere dingen liggen tot later? Of eet je eerst de minder lekkere dingen op en bewaar je de lekkerste hapjes voor het laatst? En wat is de psychologische verklaring hierachter? Goeie vraag, maar eigenlijk maakt het antwoord niet uit. Wanneer je ‘shared dined’ is het sowieso vechten om het lekkerste eten.

Natuurlijk, mensen met enig fatsoen weten zich in te houden. Alhoewel, als iemand eenmaal de meest goddelijke, met gesmolten kaas, crème fraiche en guacamole besmeurde knapperige nachochips weg pikt wordt zelfs de meest fatsoenlijke eter een beetje hebberig. En dan is het woord genieten ver te zoeken.

Hygiëne is ver te zoeken

Vooropgesteld, jijzelf bent ook niet de meest hygiënische persoon op aarde. Dronken een Dixie op een festival betreden is geen probleem en als je dan een beetje omvalt, gniffel je gewoon om je eigen dronkenschap. Wanneer je gezellig op een terrasje met wat vrienden zit kom je er opeens achter dat de manier stoort waarop je vrienden hun dumpling in de zoetzure saus dippen, een hap nemen en de dumpling daarna nog een keer in het sausbakje rammen. Dubbel dipping is voor niemand plezierig. De andere dumplings mogen ze zelf opeten.

Je bent de hele tijd in de weer met borden, bestek, glazen et cetera

Meerdere gerechten betekent meerdere borden. En dat betekent dat de tafel vol staat. Bomvol. Wil je een beetje van de bruschetta’s proeven? Dan zal je erom moeten vragen, de trots bemachtigde bruschetta op je bord leggen en dan een plek vinden voor het bewuste bruschetta-bord. Best een gedoe voor een hapje geroosterd brood met tomaat (al kan de bruschetta er natuurlijk niks aan doen).

Kwaliteit boven kwantiteit, toch?

Wat is er mis met de good old saying ‘kwaliteit boven kwantiteit’? Bij het concept shared dining gaat het in ieder geval niet op. In plaats van een kwalitatief stuk vlees op je bord, gecomplimenteerd door een paar verse groenten krijg je drie stukken vlees, vier groentegerechten en zes verschillende soorten gegratineerde aardappels. Veel te veel dus, waarbij de kwaliteit vaak wordt tekortgedaan.