Bij het overlijden van de stoïcijnste aller zangers 

Terwijl zijn bandmaten om hem heen hopten, werd Terry Hall een ster door op het podium onbewogen voor zich uit staren.

UNITED KINGDOM - JANUARY 01: Photo of SPECIALS; Terry Hall & Jerry Dammers of The Specials after being cleared of inciting racial hatred at a concert. St Alban's Court 1980 (Photo by David Corio/Redferns)
Stijl
Rick Owens s/s 2025 Palais de Tokyo
De meest theatrale show in Parijs
Door Arno Kantelberg
Stijl
leren jas leer
Leer de leren jas kennen
Door Arno Kantelberg

Ik heb hem nooit zien lachen; niet op het podium, niet in interviews en zeker niet op foto’s. The Guardian schreef: “Hall’s impassive style made him a star.” En daar zit wel een kern van waarheid in; hij was de coolste muzikant binnen de toch al ultra-coole 2Tone-stroming.

Terry Hall was de zanger van The Specials, een ska-band uit Coventry die in 1979 doorbrakin Nederland met de hit Gangsters. Dat was vlak voordat het Londense Madness de Top 40 bestormde met het aanstekelijke One Step Beyond en Nightboat to Cairo

De vrolijke muziek van Madness definieerde de ska, in ieder geval in Nederland, maar het waren toch echt The Specials die er in 1977 als eerste bij waren, opgericht door Jerry Dammers. Dammers was de tandeloze toetsenist die onder de vlag van Chrysalis Records een eigen muzieklabel startte: 2Tone Records. De muziek en de kledingstijl ontleende de naam aan dat label: 2Tone (hoewel in Nederland de term ‘ska’ werd gehanteerd). De eerste single van Madness, The Prince, kwam in 1979 uit op 2Tone Records.

2Tone werd een rage in Engeland, waar de fans zich massaal gingen kleden als hun helden. De fans, rude boys genoemd, droegen zwarte pakken, witte overhemden, dunne dasjes, het haar in een crew cut, pork pie- of trilby-hoed en glimmend gepoetste schoenen.

De ska-muziek kwam rechtstreeks uit Jamaica (waar het de reggae preludeerde), maar de stijl van kleden was een combinatie van skinhead-, gangster- en modstijl. Dus ook sigarettenpijpen op hoog water, zodat je de witte sokken goed kon zien; polo’s, button down-overhemden en loafers of Dr. Martens-kisten.

Op het podium bleef Hall stoïcijns bewegen tussen zijn enthousiast springende bandmaten (alleen John Bradbury zat stil achter de drums). Terwijl co-zanger Neville Staple en gitarist Lynval Golding op die heerlijke ska-beat rondom hem heen hopten, bleef Terry Hall in de camera staren met een blik die je niet losliet.

Hall had die podiumpresentatie afgekeken van Johnny Rotten, de zanger van The Sex Pistols. “Het was gewoon de manier waarop hij [Rotten] op het podium stond en een half uur voor zich uitstaarde…,” zei Hall daarover. 

Er ging zelfs even het gerucht dat Hall leed aan een spierziekte, waardoor hij geen expressie aan zijn gezicht kon geven. Misschien was het wel Hall’s poging om iets van de punk mee te nemen in de ska.

Bij Neville Staple hoorde je de Jamaicaanse tongval, maar de stem van Hall bleef ijzig Brits. Dat werkte perfect in combinatie met de opgewekte muziek; de nummers kregen er een zekere diepte door. 

Terry Hall’s enigszins huilende vocalen vormden de passende soundtrack bij de grimmige staat van de samenleving in Engeland, waar stakingen, hoge werkloosheid en stedelijk geweld aan de orde van de dag waren.

Bij concerten van The Specials kon het er ook gewelddadig aan toe gaan, al dan niet door de provocatie van National Front-fascisten. Die agressieve sfeer hing ook bij concerten in Nederland, niet alleen bij optredens van The Specials (die ik in Paradiso zag), maar ook van Madness (die ik in de Melkweg zag). Dat blijft een curieuze bijvangst van die ska-stroming.

In 1981 scoren The Specials in Engeland een nummer 1-hit met het weergaloze, claustrofobische Ghost Town, over het gebrek aan perspectief bij jongeren en de afbraak van de Britse binnensteden (in Nederland komt de plaat onterecht niet verder dan de 9e plek in de Top 40).

Het rommelt al enige tijd in de band en na een vertolking van Ghost Town in het tv-programma Top of the Pops kondigen Terry Hall, Neville Staple en Lynval Golding in de kleedkamer aan dat ze uit de band stappen. Ze nemen de bijnaam die ze binnen The Specials hadden mee als nieuwe bandnaam: Fun Boy Three. Hun eerste hit: The Lunatics Have Taken Over the Asylum.

Met Fun Boy Three scoorde Hall meerdere hits, onder meer het makkelijke deuntje It Ain’t What You Do, It’s The Way That You Do It met Bananarama.

Na Fun Boy Three was er nog The Colourfield, een prima band, weliswaar met muziek die mijlenver van de 2Tone afstond (luister het moppige Thinking of You). Hall vormde zelfs nog het duo Vegas met Dave Stewart van The Eurythmics.

Terry Hall leed in de latere jaren van zijn leven aan depressie, deels terug te voeren op een jeugd vol armoede en ellende. Na enige overreding besloot hij in 2008 mee te doen met een reünie van The Specials. De concerten waren een commercieel succes, ook in Nederland, waar The Specials in 2010 Lowlands aan hun voeten kregen. Terry Hall had nog steeds dezelfde onbewogen podium-présence. 

Binnen de band was het eigenlijk net zo onrustig als in de jaren tachtig. Maar deze zomer traden ze nog op in Paradiso.

Terry Hall

Terry Hall overleed na een kort ziekbed op 63-jarige leeftijd. 

Stijl
Rick Owens s/s 2025 Palais de Tokyo
De meest theatrale show in Parijs
Door Arno Kantelberg
Stijl
leren jas leer
Leer de leren jas kennen
Door Arno Kantelberg