Geuretiquette: dit zijn de 9 basisregels

Met deze adviezen kom je in elke situatie adequaat geurend voor de dag. Of je nu naar kantoor, je favoriete club of een begrafenis gaat.

1. Gebruik niet te veel. Twee sprays van een geur is vaak al meer dan genoeg. Uiteindelijk wil je je collega’s niet in ademnood brengen. Bovendien is het oneindig veel chiquer als mensen je parfum pas ruiken als ze wat dichterbij komen. Je sprayt een keer aan je rechterkant in je hals, en een keer aan de linkerkant. Zo’n tien centimeter boven schouderhoogte.

Opbouw in drie

2. Draag bij officiële gelegenheden zoals een bruiloft of een begrafenis en bij zakelijke afspraken zoals een sollicitatie of het geven van presentatie, geen heel uitgespro­ken geur. Dat wordt namelijk al snel als opdringerig en dus ongepast ervaren.

3. Kies je een nieuwe geur, neem dan de tijd. Een kwalitatief goede geur is opgebouwd uit drie onderdelen. De topnoten ruik je meteen. Ze ‘leiden’ je als het waren de geur in, naar de hartnoten. De topnoten vervliegen na aan paar minuten, de hartnoten ruik je veel langer. Daarna volgt de basis. Dit zijn de geurstoffen die je de urenlang ruikt en dus de eigenlijke geur vormen.  

4. Koop nooit een geur omdat het bij een vriend of collega zo lekker rook. Bij jou kan die geur namelijk compleet anders uitpakken. Dat heeft met de zuurgraad van de huid te maken. En met de eigen lichaamsgeur waar hij mee moet matchen.

Facelift

5. Gebruik je al jaren dezelfde geur? En koop je die blind uit het schap? Bedenk dan dat parfumhuizen geregeld sleutelen aan geuren, omdat sommige ingrediënten niet meer gebruikt mogen worden. Of ze vervangen dure bestanddelen door goedkopere geurnoten. Daardoor verandert een geur soms subtiel, soms zelfs drastisch. Ruilen kan niet als een fles aangebroken is, dus blijf testen!

6. Zorg dat je een aantal geuren hebt staan waarmee je in alle situaties goed voor de dag kunt komen. Een meer uitgesproken geur voor naar een kroeg of club en een gedistingeerd parfum voor naar je werk.

Zwaar of lichtvoetig?

7. Zwaardere geuren passen beter bij het najaar en de winter. De lente en zomer vragen om het lichtvoetige werk. Dat heeft ermee te maken dat in de zomer een parfum eerder als opdringerig wordt ervaren dan in de wintermaanden.

8. Geuren houden niet van hitte, temperatuurschommelingen en zonlicht. Bewaar je flessen dus liever niet in de badkamer maar op een koele donkere plek.

9. Na al deze adviezen zou je bijna vergeten dat je een geur vooral voor jezelf moet dragen. Jij moet ‘m lekker vinden. Of er een goed humeur van krijgen. Of je er sexy door gaan voelen.